Kilimanjaro, twee dagen voor vertrek…

22 januari 2014

Twee dagen voor vertrek zijn we er klaar voor. Vandaag en morgen zijn rustdagen. Ik heb gisteren nog even benen getraind in het Westlands Sport Centrum en een paar uur oefeningen gedaan. Met name ademhalingsoefeningen want die zijn het geheim voor onze snelle klim. Eigenlijk is het onmogelijk wat we doen. Want wat gebeurt er als je in drie dagen naar 5800 meter omhoog gaat? Het zuurstof niveau wordt steeds lag er naarmate je hoger komt, je hersenen en longen krijgen daarom niet voldoende zuurstof meer en komen in de problemen.

Robert Bridgeman Mount SniezkaJe wordt moe, duizelig en krijgt hoofdpijn: hoogte ziekte. Als je door blijft gaan riskeer je een long- of hersen oedeem en dan kan het zomaar ineens afgelopen zijn. Normaal gesproken neem je rustdagen in een klim zoals deze, het lichaam heeft dan tijd om meer rode bloedlichaampjes aan te maken. Acclimatiseren heet dat. Door die rode bloedlichaampjes kun je veel meer zuurstof opnemen en is het makkelijker om in de ijle lucht op hoogte te bivakkeren. Wij nemen die rustdagen niet.

 

 

De ademhalingstechnieken van Iceman Wim Hof zorgen ervoor dat we veel sneller rode bloedlichaampjes aanmaken dan normaal en dus ook sneller kunnen klimmen. U moet zich voorstellen dat we dat enkele uren achter elkaar doen. “Hoffen” noemen we dat. We ademen snel en heel diep in en blazen uit, na dertig keer houden we onze adem vast. Minuten lang, sommigen van ons kunnen 10 of meer minuten zonder zuurstof.

Dat betekend dat het lichaam veel meer zuurstof op kan slaan dan normaal en dus veel meer rode bloedlichaampjes heeft. Straks op de berg doen we niet anders. De dag van te voren zullen we urenlang Hoffen en ook tijdens het lopen Hoffen we, zonder de adem vast te houden trouwens. Er wordt zo min mogelijk gepraat vanaf de eerste stap. Concentratie en ademhaling zijn essentieel. Zowel voor de hoogte als de kou.

De eerste dag stijgen we van 1800 naar 3800 meter, daar overnachten we in een hut. Dag twee klimmen we naar 4800 meter waar we de tweede hut betrekken en dag drie is de topbeklimming naar 5800 meter. Wat een waanzinnig gevoel zal het zijn als we daar met z’n allen staan. Elke middag bij aankomst bij een hut gaan we Hoffen. In het midden van de nacht gaat onze wekker en gaan we Hoffen. De nachten zijn namelijk het ergst. Veel bergbeklimmers worden s ’nachts in paniek wakker, snakkend naar adem vanwege de minimale zuurstof.

Robert Bridgeman in Poland

Ieder van ons moet elke dag lijsten invullen. Lijsten waarop je aangeeft welke symptomen van hoogte ziekte je in welke mate hebt. De arts kijkt dan hoe het met je gesteld is. Want de regels zijn keihard. Hoogteziekte is terug naar beneden. Einde avontuur, we nemen geen enkel risico. Om te voorkomen dat deelnemers het bereiken van de top boven hun gezondheid plaatsen, heeft iedereen een buddy. Deze buddy vult ook een lijst in over jou. Daarmee heeft de organisatie een dubbel check en wordt liegen over de hoogteziekte symptomen lastig. De kou is een ander verhaal.

 

De temperatuur zal gedurende de klim urenlang diep onder het vriespunt liggen, mogelijk tot -20 ˚ Celsius. Hiervoor hebben we hard getraind met het nemen van ijsbaden, het zwemmen in natuurwater en de training in het Wim Hof Centrum in Polen (waar we bij -8 ˚ Celsius een berg beklommen in onze korte broek). We zijn er klaar voor, nu is het aftellen. Ademhalingsoefeningen, mediteren en sporten. Dat laatste niet te intensief zo kort van tevoren. De training van een meer dan een jaar loopt op zijn einde, nu moet blijken of het voldoende was.

Om onze kansen te vergroten visualiseren we de klim in meditatie. Dit is een techniek die ook topsporters gebruiken. Hardlopers visualiseren hun marathon van te voren, zwemmers hun zwemwedstrijd en wielrenners hun tour. Het is wetenschappelijk aangetoond dat bij visualisatie, de zelfde delen in de hersenen geactiveerd worden als bij de werkelijke actie. We trainen onze hersenen dus op deze manier. Je visualiseert hoe het is om daar te lopen, eerst in de hitte van Tanzania, door de jungle onderaan de berg. Dan de berg op, wat zien we daar? Olifanten? Leeuwen? Giraffes?

Daarna wordt de begroeiing steeds dunner. Apen, gazellen, tropische vogels. Verder naar boven zijn weinig tot geen dieren. Wel stenen en kou. In de hutten slapen we samen in onverwarmde zalen. Hier vormt zich weer een uitdaging, als we met een grote groep gaan Hoffen in een hut, is de zuurstof zo verdwenen en ademen we co2. De hutten moeten dus goed geventileerd worden en als dat niet kan zit er niets anders op dan buiten slapen.

Geen pretje in Tanzania waar veel spinnen, slangen en andere voor mensen gevaarlijke dieren juist s’ nachts op weg gaan. Vervolgens visualiseren we hoe het ademhalen steeds moeilijker wordt, hoe de druk stijgt, hoofdpijn zich aandient. We visualiseren de laatste nacht, stijl omhoog vier tot zes uren lang en dan de laatste anderhalf uur naar de top. Zolang we in staat zijn om voldoende zuurstof binnen te halen is er niets aan de hand, dan komen we zonder problemen boven. De koude en de beestjes overleven we wel. Ik ben benieuwd hoe het voelt om daar boven op die top te staan met z’n allen. Dat visualiseer ik met plezier.

Aanstaande vrijdag 24 januari is het zover, dan vliegen we naar Tanzania. Na een dagje training gaan we 26 januari de berg op. De 27e klimmen we naar 4800 meter en de 28e gaan we naar de top. De 29e dalen we en de 30e is een welverdiende rustdag. Ik stuur zo snel ik kan bericht om te laten weten hoe het is gegaan. Wordt vervolgd!

Deel dit!

Een bericht schrijven

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.